Het “What’s that” App syndroom. (Marc Vercoutere 4 aug 2019)©
Het is weer ochtend. De verlengde stilte van de nacht leeft nog even door in de slaperige hoofden van de huisbewoners. De communicatie komt op gang. In stilte. Tokkelende vingers die zoeken naar de gemiste berichten van lang avond sms-ers, nachtelijke what’s appers en instagrammers.
Voor de dag begint. Je wil toch wel mee zijn.
Het is een fenomeen. In stilte wordt in het wakker worden meer gecommuniceerd dan er de gehele dag nog zal gesproken worden.
Waar is de tijd dat er op iedere hoek van de straat een telefooncel stond. Of een telefoontoestel in de hoek van een of andere ruimte, dat steeds weer deed opschrikken door een verschrikkelijk mechanisch gerinkel.
Begot!!! Hoe communiceerden we dan. Hopeloos vergeten door het komen en gaan van steeds weer nieuwe vormen van communicatie. Geen instant berichtgeving. Het kon dagen duren voor je iets hoorde van je lief. En dan nog. Wanneer de telefoon onverwachts begon te rinkelen … Alles Goed? Er is toch niets?
Nog eerder was er de brief. Waarmee je in je beste stijlvermogen kon proberen zoveel mogelijk nieuws over te brengen op een A4-tje. En dan maar wachten op respons. Dagen, soms weken of ook wel eens maanden.
Het is opmerkelijk. De dag van vandaag krijgt een mens op één dag meer communicatie impulsen dan een middeleeuwer in zijn ganse aardse bestaan. We zullen en moeten alles weten. Niet straks! Maar nu! Instant messages. Massaal berichten over alles en nog wat. Berichten om te koesteren maar nog veel meer om te deleten.
Wie leest bij de eerste koffie nu nog de gazet? Waar wordt er in de ochtend nog gebekvecht om dit of dat deel van de krant? Het nieuwe ritueel van tokkelende vingers heeft oude gewoontes verdrongen. De dag begint ermee en zal er ook mee eindigen.
Soms vraag ik me af waar al die berichten rond vliegen. Draadloze communicatie. Bliksemsnel door de lucht flitsend van toestel naar toestel. Of soms naar duizenden toestellen tegelijk. Stel je eens voor! Al die berichten op papier. Elke postbode met zijn vrachtwagen op pad om tonnen berichten uit te kieperen in reuze brievenbussen. Sneller dan het licht. Op ieder moment van de dag. Elke milliseconde.
Terwijl ik dit hier neertik heb ik weeral wat gemist. Hoeveel berichten uit de wereld zijn tijdens dit schrijven voorbij geflitst. En heb ik iets belangrijk gemist? Is er iets onmisbaar aan me voorbij gegaan?
Het kan nog gekker. Over enkele ogenblijken flitst dit schrijven door de lucht. Naar wie het toevallig leest. Als duizenden flessen in de oceaan, waarvan enkele zullen worden opgevist. En dan nog. Wie leest dit bericht? Wie deleet?
Ook dit bericht zit gevangen in het “What’s that” App syndroom