De helaasheid der armoede.

Om de haverklap begint het opnieuw. Aan gene zijde hoerageroep, aan andere zijde boegeroep. Over alweer armoedecijfers van alweer een “diepgaand” onderzoek. Onderwijl boert de armoede aan de onderkant lustig voort. Schrijnend, hardvochtig, zonder perspectief op beterschap. Wie werkt aan de onderkant van de samenleving weet dat. De politiek ook.

Als maatschappelijk werker kan je maar beter een olifantenvel aantrekken wanneer je op het werkveld verschijnt.  Meer dan wat curatieve actie of harm reduction zit er niet in. Toch worden maatschappelijk kwetsbaren voortdurend gewezen op de eigen verantwoordelijkheid. Het idago van “als je wil, kan het wel” stoelt op het heilig geloof dat het individueel schuldmodel toepasbaar is op nagenoeg de gehele doelgroep.

De reële ervaring leert echter dat er structurele blokkades zijn waar je nooit omheen kan. Ook niet als je wil. De nieuwe werkvormen uit Nederland, waarbij vanuit een psychologische invalshoek wordt gewerkt, gaat uit van dezelfde principes van het individuele schuldmodel. Het klopt dat wie in armoede terecht komt anders gaat denken. Wellicht in zekere zin destructiever. Dit is niet meer dan een zelfverdedigingsreflex omdat net die blokkades niet te overwinnen zijn. Toch niet als het armoedebeleid (met in kielzog alle andere beleidsdomeinen) niet drastisch het roer omgooit. De nieuwe psychologische werkvormen zullen succesvol zijn, alleen daar waar de blokkades nog niet of onvoldoende aanwezig zijn. Enkele voorbeelden:

Met een vervangingsinkomen (werkloosheid, (over)leefloon, pensioen, …) dat ruim onder de armoedegrens ligt is het onmogelijk om rond te komen. Dit betekent: of besparen op levensnoodzakelijke zaken (bijvoorbeeld gezondheid en hygiëne, sociale activiteit, mobiliteit, gezond wonen, …), of structurele schuldopbouw veroorzaken.

Waar men enkele decennia met één derde van het vervangingsinkomen huur en energie kon betalen en dus twee derde leefgeld overhield, Komen de gelukkigen er vandaag vanaf met twee derde. Heel dikwijls volstaat zelfs die twee derde niet om de kosten van huur, elektriciteit, gas en water te betalen. Het weinige, reële leefloon dat overschiet volstaat in veel gevallen niet om zelfs maar gezonde voeding aan te schaffen. Laat staan dat er kan gespaard worden voor uitgaven die het normale repetitieve maandpatroon overschrijden.

  • Afrekeningen van water, gas of elektriciteit leiden in veel gevallen tot aflossingssystemen waar mensen in vast lopen, nadien bedankt worden voor hun bestede middelen en bij de duurdere sociale leverancier terecht komen.
  • Verzekeringen (brand, familiale, …) worden niet betaald of zelfs niet eens meer afgesloten.
  • Onvoorziene uitgaven of dringende nood aan goederen (medicatie, kledij, schoolgerei, vervanging huishoudtoestel, …) nopen mensen in armoede al eens om een maand huur over te slaan of eens de energierekening niet te betalen. Dit leidt wederom tot afbetalingsplannen bovenop steeds meer al bestaande afbetalingsplannen.

Een van de “moordende” boosdoeners blijft echter de schuldenindustrie. Een niet betaalde rekening van 50 euro kan al heel snel oplopen tot 700 à 800 euro (een vermeerdering met meer dan 1000%).  Vastlopen met de huur: een regelrechte catastrofe. Stel je huurt een huis of appartement voor 600 euro per maand. Stel een opgelopen huurachterstand van 3 maanden (1800), gevolgd door uithuiszetting via de vrederechter. Bovenop de openstaande schuld komt er nog eens een wederverhuurstelling van 3 maand (1800) en uiteraard de kosten voor de procedure (proces, advocaat, deurwaarder, in beslagname, betekening, …) Aan het einde van de rit zit je met een nieuw schuldbedrag van 4500 à 5000 euro.

Het merkwaardige aan armoede is de onverbiddelijke snelheid waarmee mensen tot schuldenopbouw komen van 1000, 2000, 3000, … duizenden euro komen. In een tijdspanne van drie jaar is het helemaal niet uitzonderlijk om een schuldenlast opgedrongen te krijgen die tot vijfmaal het maandinkomen overstijgt. Dat terwijl er gepleit wordt om een veiligheidsmarge (spaargeld) in te bouwen van 2 à 3 maand.

Waar blijft die godverdomse strijd tegen armoede? Woon en energieprijzen blijven stijgen. Sociale bijsturingen zijn altijd onvoldoende om die stijgingen te compenseren. Dit creëert een snelweg naar totale armoede, waarbij het volledige leefgeld opgeslokt wordt door alles wat met wonen te maken heeft.

Hier geen cijfers over armoede. Eén gezin is er al één te veel. Het beleid heeft die cijfers. Want zonder gêne worden die gebruikt in welles niets spelletjes rond armoedebeleid. Hallo? Iemand thuis. Die cijfers staan wel voor reële mensen, die dagdagelijks moeten vechten om rond te komen. Mensen die weer eens de huur niet kunnen betalen omdat dochterlief broodnodig een laptop nodig heeft voor school, of zoontje lief  gevallen is met zijn fiets en er plots hoge dokterskosten zijn.

En wij, de sociale werkers, wij worden betaald om dat even op te lossen. Te betuttelen. De mensen wijs te maken dat er een weg is doorheen het woud van armoedeperikelen en schulden industrie. Activeren!!! Want werk is de sleutel voor de toekomst. Dat terwijl er in veel gevallen geen geschikte jobs voor handen zijn in onze hoogontwikkelde technologische samenleving. En indien ze er al zijn, de lonen zo laag zijn dat we dan spreken van de “working poor”. Mensen die ondanks werk in armoede leven en al zeker niet uit de spiraal van opgebouwde armoede geraken.

Het hoge percentage kinderen, gigantisch in de centrumsteden, dat opgroeit in armoede doet vrezen voor de toekomst. Daar gaan één euro maaltijden niets aan veranderen. Ook de vele voedselbanken niet. Niet voor niets noemen ze zichzelf “noodhulp onder protest”.

Wij, sociale werkers, wij kunnen het niet meer. We zitten op ons tandvlees. Werkvormen genoeg. Er komen er nog iedere dag bij. Oplossingen minder of helemaal niet. Er gaat een rilling door het werkveld heen als er weer eens een studie verschijnt. Deze studies zijn broodnodig. Vooral het structureel onderzoek, indertijd opgestart door onder meer professor Vrancken. De rode draad doorheen al deze studies: ondanks alle inzet van sociale werkers, vrijwilligers, mecenassen, al dan niet éénmalige projecten of acties, … : “armoede blijft stug op hetzelfde peil”. De beleidsmaatregelen zorgen enkel voor een minder snelle stijging, heel af en toe een lichte daling maar doorheen de laatste decennia toch steeds een beetje meer.

Bovendien is de armoede van de 21ste eeuw fundamenteel en structureel anders dan die van de 20ste eeuw. Armoede is harder geworden. Resistenter. Allesdoordringend. Doorheen alle levensdomeinen. Wat kunnen wij er dan aan doen? Het antwoord is simpel: ALLES.

Gooi de vastgeroeste structuren overhoop en denk creatief.

Marc Vercoutere (29 maart 2017)