Existentiële crisis!!! ©Marc Vercoutere (14/08/2017)

Morgen zal ik doodgaan. Of overmorgen. Of misschien wel over tien jaar. Toch wel ergens in de toekomst. Op een dag. Een futiel moment in het tijdeloze universum. Als een ster morgen sterft dan heeft dat miljarden jaren geduurd. En ik? Misschien wordt ik wel honderd jaar. Of ook niet. In elk geval onopgemerkt in de zee der tijden. John Wayne was ook onsterfelijk. Net als ik. Toen ik nog niet wist wat hormonen waren. Nu lijkt het einde wel nabij. Toch vanuit kosmisch perspectief. Maar dat was eigenlijk al zo toen ik geboren werd. Een ééndagsvlieg. Wroeten om op de wereld te komen om nadien weer spoorloos te verdwijnen. Wellicht word ik nooit opgegraven. Dat doen ze alleen met Farao’s. Of met neanderthalers. Nee! Ik verdwijn gewoon. Of toch niet.

Misschien ga ik ergens heen? Op school geleerd, naar de hemel, of ook niet. Er zijn voorwaarden aan verbonden. Misschien naar de hel, of in het beste geval, eerst een eeuwigheid in quarantaine. Het vagevuur of zoiets. Weinig kans. Klinkt teveel als Disney world. Met een God die dateert van voor Gillette. Nee, liever niet. Te veel kans op vagevuur. En dat is te onzeker. Kan altijd twee kanten op. Zo was dat al het ganse leven. Van die twee kanten. Keuzes maken. Zo heet dat. Behalve over dood gaan. Weinig keuze. Wat je ook kiest, steven doe je altijd. Voor eeuwig. Of toch niet.

Misschien word ik gereïncarneerd. Dan tellen al je keuzes. En die keuzes opgeteld, maken hoe je terug kan komen. Van wrattenzwijn tot mug. Van libel tot zwaluw. Van aap tot eikenboom. Tijdelijk. Want ook wanneer je terugkeert is het maar voor even. Tot weer je keuzes worden opgeteld. Ik kom graag weer als een eikenboom. Weinig keuzes. Een lang tijdelijk bestaan zonder werken, zonder al te veel vragen. Met een gestaag ritme op de muziek van de 4 seizoenen. Vivaldi, vivalda, hoplala.

Vraag is alleen: “wie maakt de optelsom”. God kan het niet zijn. Want die is al lang dood. Toch in elk geval heel afwezig. Stel maar eens een vraag. Bidden heet dat. Want aan God vraag je niets. Je bidt (van het werkwoord bedelen). Elke dag biddelen miljoenen mensen. Voor eten, of de lotto, of voor vrede. Jezus. Wat een hark. Draait er zijn hand niet voor om die God. Voor die nutteloze ééndagsvliegen in zijn universum. Daarvoor gaat ie niet van zijn donderwolk komen. Misschien tellen de engelen. Dat is de vliegende boekhouding. Allemaal dooien die het vagevuur voorbij zijn gevlogen. Of die vanuit Rome “per direct” zijn doorgestuurd. Per decreet. Heiligverklaring noemen ze dat. Kan ook door jezelf op te blazen, maar daarvoor moet je bij een ander kantoor zijn. Aan de martelarenwolk.

Kwestie van geluk. Op welke engel je botst. Nee. Ik geraak er niet aan uit. Die reïncarnatie lijkt me te complex. Te veel gedoe voor een hoop nutteloze ééndagsvliegen.

Misschien verander ik gewoon in een vleugje energie. Dat lijkt me leuk. Langzaam uitdoven en opgaan in het universum. Dan is het eindelijk gedaan met al dat gedoe. Voor eeuwig een vleugje energie zijn. Want, en dat is zeker: energie blijft altijd. Verandert wel van vorm maar gaat eeuwig mee. Misschien ben ik al miljarden jaren een vleugje energie. Door toeval hier beland. Voor even. En straks weer weg. Naar de zon of de sterren.

Nee, biddelen ga ik niet doen. Ik ga voor het vleugje energie. Het mag nog even duren. Ik heb geen haast. Want energie ben ik nu toch al lang. Tijdelijk gevangen op een planeet, maar straks voor eeuwig weg van hier. Misschien blijft mijn vleugje nog miljoenen jaren op de aarde zweven. Maar ooit gaat ook de aarde dood. Ook dat is slechts een oogwenk in het kosmisch gebeuren. Dan ga ik mee met de energie van de aarde. Naar een andere plek in het universum. Samen met alle vleugjes. Ook de vleugjes waar ik nu niet van hou. Maar dood is alles relatief. Dan leef je eeuwig zonder keuzes. Er moet dan niet meer worden opgeteld. Alles energie. Voor eeuwig.